Veelgestelde vragen

Veilig online (8)

Nee hoor. Het internet en al haar toepassingsvormen bieden heel veel voordelen voor kinderen en jongeren, maar als uw kind geen zin heeft om deze te exploreren, moet je je daar geen zorgen over maken.

"Pas op of ik hack je computer” of “ik blokkeer je Facebook-account” is een dreigement dat vaak door cyberpesters gebruikt wordt. We gaan niet ontkennen dat hacken bestaat, maar je moet al behoorlijk wat kaas gegeten hebben van informatica om hier echt goed in te zijn. Er zijn dus maar weinig mensen die dit effectief kunnen. Zo’n dreigementen zijn dan ook vaak niets meer dan bluf.
Anderzijds denken mensen soms dat er iemand ingebroken heeft in hun computer omdat deze plotseling vreemde dingen doet. Vaak ligt er eerder een virus aan de basis van deze problemen.

Je doet er goed aan om regelmatig samen met je kinderen te surfen en hen te vragen welke websites ze bezoeken.

Je kan ook samen eens hun Tijdelijke Internet Bestanden of Temporary Internet Files bekijken
(in je Explorer ga je naar Tools -> internet options -> general -> browsing history -> view files of Extra -> internet opties -> algemeen -> browsegeschiedenis -> instellingen -> bestanden weergeven).

Bedenk wel dat als je per ongeluk op een website terecht komt die je niet wil zien en je deze onmiddellijk wegklikt, je de website toch zal terugvinden in de Tijdelijke Internet Bestanden (Temporary Internet Files). Dit is dus bijzonder relatief.

Een goede virusscan en een firewall zijn onontbeerlijk bij de installatie van het internet.

Het recht op privacy staat ingeschreven in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Tegelijkertijd heb je als ouder de plicht om uw kinderen op te voeden. En bij opvoeding hoort nu eenmaal opvolging. Als ouder mag je niet zomaar inbreken in de account van je kind zonder zijn of haar toestemming want daarmee schend je de privacy van je kind. Daarom is het belangrijk om de opvolging van je kind in onderling overleg te doen. Leg uit aan je kind dat je af en toe eens wil bekijken waar ze mee bezig zijn. Doe dit dan ook samen met hen. Als je filters installeert of de instellingen van hun Facebook-account aangepast wil zien, doe dit dan ook samen met je kind en leg uit waarom je het doet. Dit is veel effectiever en het brengt het gesprek over de computer en het internet op gang.

Via de instellingen van je internetbrowser kan je specifieke websites blokkeren. Als je Internet Explorer opent -> Tools-> Internet options -> Security of ->Extra ->Internet opties ->Beveiliging, kan je onder Vertrouwde websites (Trusted) de sites invullen die toegelaten zijn en onder (Restricted) diegene die je wil blokkeren.
Ook hier geldt dezelfde opmerking als voor filtersystemen in het algemeen (zie boven). Aangezien je via dit systeem alle sites die je wenst te blokkeren manueel moet ingeven, is het onmogelijk dat kinderen niet met schadelijke inhouden geconfronteerd worden. Opvoeding én communicatie blijven dus essentieel.

Er zijn verschillende systemen van parental control op de markt. Deze softwaresystemen laten toe dat ouders bepalen wat kinderen wel of niet kunnen op het internet. Zo kan je websites of programma’s blokkeren, tijdsloten instellen die de computer of een applicatie automatisch afsluiten, ... afhankelijk van welk softwaresysteem je gebruikt.
Parental control is eigenlijk een filtersysteem, dus ook hier geldt dezelfde opmerking: het is een technisch hulpmiddel, maar opvoeding en communicatie blijven het belangrijkste (zie boven).

Als je op het toetsenbord van je computer de toets PrtSc (Print Screen) indrukt, maakt de computer als het ware een foto van je scherm. Verder gebeurt er niets. Als je daarna Word of Wordpad opent en klikt op Plakken (Paste), wordt deze foto in het bestand geplakt, zodat je deze kan afprinten.
Het nadeel hiervan is dat je slechts één printscreen in het geheugen kan plaatsen. Als je een tweede keer op printscreen drukt, wordt de eerste overschreven en zal bij het plakken enkel de tweede “foto” geplakt worden.

Gamen (6)

Gemiddeld spenderen kinderen tussen 12 en 18 jaar op een schooldag 2 uur per dag op het internet, op een woensdag 2,5 uur en op een vrije dag (dus ook in het weekend) 3 uur.

Je kan verslaafd worden aan het internet of games, net als je verslaafd kan raken aan TV kijken, frisdrank drinken, chocolade eten,... Daarom is het belangrijk dat je van bij het begin duidelijke afspraken maakt rond begin- en einduur van het gamen of internetten. Als ouder heb je de taak om het internetgebruik van je kinderen binnen de perken te houden.

Het delen van bestanden (filesharing) gebeurt via een speciale software die maakt dat iemand van op een andere computer toegang heeft tot (een deel van) je harde schijf waardoor hij of zij kan zien wat daarop staat en deze bestanden kan transfereren naar z’n eigen computer. Hiervoor bestaat specifieke software of websites zoals Frostwire, Torrentz,... maar ook via Facebook of Skype kan je bestanden delen.

Jij als ouder moet degene zijn die bepaalt hoe lang je kind mag gamen, net zoals je bepaalt hoe lang het televisie mag kijken. Bekijk samen met je kind eens welk spel het graag speelt en spreek in het licht daarvan af hoe lang er mag ‘gegamed’ worden. Het is immers behoorlijk stom om te moeten stoppen met spelen net voor je een nieuwe level bereikt.

Games kampen met een negatief imago. Ze zouden aanzetten tot geweld en agressie en leiden tot verslaving en isolement. Voor het verband tussen het spelen van games en agressief of gewelddadig gedrag is er geen wetenschappelijke bewijs: verschillende onderzoeken trekken verschillende conclusies. De meeste onderzoeken tonen wel aan dat in sommige gevallen niet zozeer het spel maar wel de (perceptie van de) speler het probleem vormt. Een kleine groep spelers die realiteit en fictie niet van elkaar kunnen onderscheiden, kunnen zich in de realiteit agressiever gedragen. Het is dus belangrijk dat je met je kind praat over zijn of haar game en hierbij een duidelijk verschil maakt tussen spel en ‘het echte leven'.

Hoewel deze niet zo vaak in de media vermeld worden, hebben games ook heel wat positieve effecten: het aanscherpen van coördinatievaardigheden, het verbeteren van oog-hand-brein coördinatie, beter probleemoplossend denken, stimuleren van de creativiteit, leren beslissingen nemen, een versterkte ruimtelijke en visuele conceptualisatie, het bevorderen van talenkennis: het zijn allemaal effecten die zijn aangetoond in onderzoek rond games.

Games hebben ook een sterk sociaal karakter. Vaak speel je met of tegen anderen, waardoor je heel wat sociale vaardigheden oefent. Om risicosituaties te vermijden, is het wel beter dat je je kind leert om in games waarin je met de anderen kan communiceren, deze gesprekken te beperken tot de inhoud van het game. Vaak zijn je medespelers immers vreemden met wie je best geen persoonlijke dingen deelt.

Sociale media (22)

Online communiceren via sociale netwerksites is super ! Wel doe je er goed aan om je profiel zo goed mogelijk te beschermen zodat mensen die je niet kent er geen toegang toe hebben. Stel dus je online profiel in zodat het enkel zichtbaar is voor je vrienden. Op Facebook kan je nog een stap verder gaan en een onderscheid maken tussen verschillende ‘groepen’ vrienden. Zo kan je ervoor zorgen dat bijvoorbeeld een foto wel zichtbaar is voor de groep vrienden maar niet voor de groep familie. Het vergt wat werkt om alles in te stellen, maar het biedt een heel erg goede manier om je gegevens zoveel mogelijk te beschermen. Telkens je een nieuw contact toevoegt, moet je ook beslissen aan welke groep je deze persoon wil toewijzen. De algemene privacy-settings voor profieltoegang (wie heeft toegang tot mijn profiel), blijft natuurlijk best ingesteld op ‘enkel vrienden’, zodat je eerst iemand moet goedkeuren (en eventueel toewijzen aan een vriendengroep) alvorens deze toegang heeft tot je profiel.

In principe moet je 13 jaar zijn alvorens je een profiel op een sociale netwerksite kan aanmaken. Niets houdt jongere kinderen echter tegen om dit te doen en er zijn dan ook heel wat tien- tot twaalfjarigen die een Facebookprofiel hebben. Je hoeft hier als ouder niet akkoord mee te zijn, enkel en alleen omdat andere kinderen een profiel hebben. Jij als ouder beslist of je vindt dat je kind er klaar voor is of niet. Vind je het geen probleem dat je kind een profiel aanmaakt, praat dan met je kind en leg heel goed de mogelijke risico's uit. Leer jonge kinderen om enkel te communiceren met mensen ook in het echte leven hun vrienden zijn. Maak samen het profiel aan en zorg ervoor dat de privacy-instellingen zo strikt mogelijk ingesteld staan waardoor je kind enkel informatie kan delen met bekenden.

Iedereen heeft een ‘recht van afbeelding'. Dit houdt het recht in om te beslissen of een foto of filmpje, waarin je duidelijk herkenbaar bent, gepubliceerd mag worden of niet. In principe moet men dus toestemming vragen vooraleer iemands foto op een profiel te plaatsen. Voor minderjarige kinderen moet deze toestemming eigenlijk zelfs aan de ouders gevraagd worden.
Als iemand dus een duidelijk herkenbare foto van je kind online geplaatst heeft, kan je je daartegen verzetten. Spreek in eerste instantie de persoon die de foto postte aan. Zeg hem of haar dat je het niet leuk vindt dat die foto online staat en eis op basis van het ‘recht van afbeelding' om deze te verwijderen. Indien dit niet helpt, kan je de provider van de site contacteren. In laatste instantie kan je op basis van de schending van dit recht naar de lokale politie stappen.

Door het downloaden van één ‘gratis' ringtone, tekenen kinderen en jongeren zich vaak zonder het te weten, in op een abonnementsdienst waarvan je elke week een ringtone krijgt waar je wel degelijk voor moet betalen. Dat is strafbaar. De ringtonge-aanbieder heeft waarschijnlijk wel een waarschuwing of voorwaarden gegeven in kleine lettertjes onderaan, maar jongeren laten zich vaak vangen omdat zij de kleine lettertjes onderaan de pagina niet (goed) gelezen hebben. De websites hebben dan wel voorwaarden op hun website staan die men eerst moet doorlezen om iets te kunnen downloaden maar deze worden vaak in een ultraklein lettertype weergegeven zodat ze zelfs moeilijk leesbaar zijn met een vergrootglas. Of men moet eerst voorbij een leeg wit vlak scrollen voor men aan de eigenlijke "voorwaarden" komt. Jongeren hebben vaak niet het geduld om deze voorwaarden door te nemen en zeker niet als ze dan nog zo klein voorgesteld worden of bijna onvindbaar zijn. De websites die gratis ringtones aanbieden weten dat en profiteren daar van. Zo wordt het voor de jongere een dure zaak om een gratis ringtone te downloaden. De ringtone is niet meer gratis, maar duur!

Er bestaan een aantal regels waar elke ringtone-aanbieder zich aan moet houden, nl. moet je vooraf inlichten hoe vaak je een ringtone zal ontvangen, van wie je een ringtone zal ontvangen en hoeveel de kostprijs per ringtone is. Bovendien moet je na het afsluiten van een abonnement bij een ringtone-aanbieder een tekstberichtje ontvangen met daarin het aantal berichten dat je ontvangt, de kostprijs en hoe je je kunt afmelden. Als de ringtone-aanbieder zich niet aan één van deze afspraken gehouden heeft, kan je een klacht indienen bij de Ethische Commissie ( www.telethicom.be of klachten@telethicom.be). Je kan het ringtone-abonnement ook zelf proberen stopzetten door een smsje te sturen naar de aanbieder. Meestal moet je hierbij een codewoord (zoals de naam van de aanbieder) invoeren met daarna het woordje "STOP" (bijvoorbeeld "tones STOP"). Dit codewoord is echter vaak best moeilijk te vinden. Je kan het soms vinden aan het eind van het tekstbericht of soms ook niet. Men doet er vaak alles aan om zo onopvallend mogelijk iemand op te lichten en dat lukt hen soms ook aardig. Als alles goed verlopen is, dan moet je een smsje terugkrijgen van de ringtone-aanbieder. Op die manier weet je dat het gelukt is en ben je er dus zeker van dat je niet meer aan dat vervelende abonnement vastzit. Een andere manier om van je abonnement af te geraken is je provider contacteren om je telefoonnummer te blokkeren voor SMS-diensten.
Leer je kinderen dus vooral om eerst alle voorwaarden en regels goed door te lezen voor ze zich registreren bij een ringtone-aanbieder. Er bestaan er websites die wel degelijk "gratis" ringtones aanbieden. Om meer zekerheid te krijgen omtrent de website kan je altijd de naam van die website intikken in Google en kijken of je op een forum meningen over die website ziet staan. Zijn de meningen over het algemeen positief, dan heb je veel minder kans om later in de miserie te zitten met je "gratis" ringtone. Zijn de meningen over het algemeen "negatief", dan weet je ook meteen hoe laat het is.

Een veilig e-mailadres is zo neutraal mogelijk (vb. niet sexybabe@hotmail.com) en verklapt niet of je een jongen of een meisje bent. Ook een e-mailadres met voornaam. achternaam is voor kinderen geen goed idee.

Een gratis Windows Live Hotmail-account wordt inactief als je je gedurende 120 dagen (4 maanden) of in de eerste 10 dagen nadat je de account hebt aangemaakt niet meer aanmeldt. Als een account inactief is, worden alle berichten, mappen en contactpersonen verwijderd. De accountnaam blijft wel behouden. Deze wordt pas definitief verwijderd als de account 90 dagen inactief is.
Je kan echter ook je account actief afsluiten. Hiervoor meld je je aan op je eigen account, klikt op Help (het vraagtekentje rechts bovenaan). Via het Help-onderwerp “hoe sluit ik mijn account” kan je doorklikken naar een speciale pagina waar je je e-mailaccount kan afsluiten.

Kinderen hebben recht op privacy. Je kan niet zomaar inbreken in de inbox van je kind, dit valt immers onder het briefgeheim. Tegelijkertijd heb je als ouder de plicht om je kinderen op te voeden. En bij opvoeding hoort nu eenmaal opvolging.
Vertel aan je kinderen dat je samen met hen op regelmatige basis hun inbox wil bekijken. Je kan hun paswoord vragen of hen vragen om hun paswoord in te typen zonder dat je meekijkt.

Als je de e-mailadressen van de ontvangers in de lijn Bcc invult (in plaats van Aan of To) zien de ontvangers niet wie de mail nog gekregen heeft. Wanneer je een mail naar verschillende personen verstuurt wordt dit sowieso aangeraden aangezien je in principe geen toestemming hebt om hun e-mailadres naar derden te sturen. Bovendien weet je nooit wat anderen met het e-mailadres van plan zijn.

De meeste e-mailsoftware is uitgerust met een spamfilter waardoor berichten die vermoedelijk ongewenst zijn automatisch in een aparte map terecht komen.
“Spammers” gebruiken vaak computers die het Internet afschuimen, op zoek naar e-mailadressen. Als je e-mailadres op een website gepubliceerd staat, is de kans groter dat je spam ontvangt. De kans op spam verkleint als je in het e-mailadres de @ vervangt door AT of (at). Hierdoor herkennen de zoekcomputers dit niet als een e-mailadres. Ook als je je inschrijft voor nieuwsbrieven, … wordt de kans op spam groter.

Deze mails zijn vaak spammails of mails die de kettingbrieven van vroeger vervangen. De kans dat je effectief een Smartphone of een ander cadeau zal ontvangen, is zeer klein, dus je kan deze mail best onmiddellijk deleten en zeker niet doorsturen.

Onze kinderen en jongeren groeien op in een wereld waar computers en het internet deel van uitmaken. Voor hen zijn het geen “nieuwe” media maar iets dat ze altijd al gekend hebben. Het maakt deel uit van hun wereld en vooral van hun sociale leefwereld. Waar ouders het internet vooral gebruiken om informatie op te zoeken, hebben jongeren de communicatieve kracht ervan ontdekt. Je kan bijna kosteloos urenlang communiceren met je vrienden. Ellenlange chatgesprekken hebben de telefoonconversaties van vroeger vervangen. De chat is naast het rechstreekse face-to-facecontact één van de belangrijkste communicatiemiddelen geworden. Kinderen die niet mogen chatten dreigen op de één of andere manier wat sociaal geïsoleerd te geraken.
Vraag eens aan je kind waarom het zo graag chat en je zal zien dat het belangrijk voor hen is. Beter dan het chatten te verbieden zijn het maken van goede afspraken rond wanneer, hoelang, wat kan en wat niet,…

De gouden regel is en blijft: geef zo weinig mogelijk persoonlijke informatie prijs. Als je chat met vrienden die je ook naast de chat kent, kan je natuurlijk wat meer zeggen. Maar pas op met mensen die je nog nooit ontmoet hebt. Op het internet heb je snel het gevoel dat je iemand kent, dat iemand een goede vriend is. Dit is niet noodzakelijk het geval, dus pas op met wat je zegt tegen iemand die je enkel kent via de chat.

Maak met je kind de afspraak dat ze enkel mogen chatten met mensen die ze ook naast de chat kennen. Overloop regelmatig samen hun contactenlijst op Skype of Facebook en vraag hen wie die mensen zijn en van waar ze ze kennen. Via het internet heb je snel het gevoel dat je iemand kent en kinderen beschouwen iemand waarvan ze het emailadres hebben vaak al als “bekend”.
Op de website ‘Veiligonline’ vind je een demofilmpje over de configuratie van Skype zodat er enkel met bekenden kan gechat worden.

Kinderen tussen 5 en 7 jaar leren het onderscheid te maken tussen goede en kwade intenties. Ze beseffen dat niet iedereen even goede bedoelingen heeft. Gelukkig kunnen ze ook inzien dat niemand helemaal goed of helemaal slecht is.
Kinderen stellen vaak al op heel jonge leeftijd veel vragen over het waarom van gebeurtenissen in hun leven of dingen die ze op televisie zien. Waarom doen mensen dingen die eigenlijk niet mogen? Het is belangrijk dat je je kinderen eerlijk antwoordt op deze vragen. Zo leren ze dat er goede maar ook kwade dingen gebeuren in de wereld.
Leg niet tè veel nadruk op de risico’s. Maak hen bewust van het feit dat er iets fout kàn gaan, maar benadruk tegelijkertijd dat er ook heel veel goede dingen te beleven vallen op het internet en daarbuiten. Leer hen dat ze op hun hoede moeten zijn, maar niet bang hoeven te zijn van alles en iedereen.

Aangezien chatrooms zich op websites bevinden, zijn hier geen beveiligingsinstellingen mogelijk. Dit betekent niet dat het volstrekt onveilig is om hier te chatten. Indien je kind gebruik wil maken van een openbare chatroom, kies dan een chatroom waarop permanent moderatoren aanwezig zijn. Zo kan je een probleem melden en kan de moderator eventueel onmiddellijk tussenkomen.

In principe geeft een electronische identeitskaart een extra beveiliging, maar hou in het achterhoofd dat dit slechts relatief is. Je kan immers altijd aanloggen met de identiteitskaart van iemand anders.

Skype- evenals Facebookinstellingen zijn persoonsgebonden. Als verschillende personen een log-in op eenzelfde computer hebben, kunnen hun instellingen verschillen. Om iets aan te passen aan de instellingen dien je je aan te melden in het programma voor je iets kan veranderen. Je hebt dus een paswoord nodig.

Je moet altijd iemand’s toestemming vragen om z’n naam, andere persoonsgegevens of foto op een website te publiceren.

Eens je iets op het internet plaatst, weet je inderdaad niet wat er precies mee gebeurt. Zelfs als je iets verwijdert, zijn er soms nog sporen van terug te vinden. Bovendien kunnen anderen ook altijd foto’s, video’s of teksten die jij op het internet zet, opslaan of doorsturen Je dient dus steeds voorzichtig te zijn welke informatie je op het internet plaatst

Vraag het hen. Surf samen met hen eens naar hun account en bekijk samen wat er op staat.

Aangezien je op een profiel meestal berichtjes zet over wat je interesses zijn, waar je mee bezig bent, wat je aan de wereld wil meedelen, zijn de berichten natuurlijk altijd persoonlijk. En dit is ook niet erg. Wel zet je beter geen persoonsgegevens of contactgegevens op je profielpagina. Deze zijn immers voor veel mensen (soms ook onbekenden) zichtbaar, dus ook voor mensen met minder goede bedoelingen.

Ook voor sociale netwerksites gelden de regels rond vrije meningsuiting. Zaken als racistische, sectarische of discriminerende opmerkingen of andere dingen die bij wet verboden zijn, kunnen ook niet op een profielpagina. Wat niet strafbaar is, valt meestal onder de wet op de vrije meningsuiting (behalve natuurlijk het publiceren van iemand anders zijn contactgevens, foto’s...). Iemand die zich geschoffeerd voelt door de inhoud van een bepaald profiel, kan eventueel wel contact opnemen met de provider en dit melden. Het is dan aan de provider om af te wegen hoe hij met deze klacht omgaat.

Cyberpesten (4)

Meldpunt voor racistische inhouden: www.cyberhate.be
Melpunt voor kinderpornografie: www.stopchildporno.be
De Federal Computer Crime Unit (FCCU) is een onderdeel van de federale politie die zich richt op computercriminaliteit. Bij hen kan je aangifte doen van vermoedelijke misbruiken op het internet of extreme gevallen van cyberpesten. Je kan hiervoor naar de lokale politie stappen, op voorwaarde dat je “bewijsmateriaal” hebt (printscreens van mail, chatconversatie, datum en uur van het voorval,…). De website van FCCU is www.ecops.be.

Bij een geval van cyberpesten is het belangrijk dat er op vijf sporen gewerkt wordt: dader, slachtoffer, omstaanders, ouders en de school. Als ouder is het dan ook het belangrijkste dat je je kind niet beschuldigt of het internet direct verbiedt. Ga na met je kind of het weet wie de dader kan zijn. Vaak is die te zoeken in de schoolcontext. Cyberpesten staat immers nooit echt los van het “klassieke” pesten. Vaak worden kinderen die slachtoffer worden van cyberpesten ook op de speelplaats geplaagd of gepest. Ga samen met je kind naar de school en bespreek met de leerkracht of directie hoe het probleem kan aangepakt worden.
Veel concrete informatie over signalen of de precieze aanpak van cyberpesten vind je op de website www.clicksafe.be

“Pas op of ik hack je computer” of “ik blokkeer je Facebookaccount” is een dreigement dat vaak door cyberpesters gebruikt wordt. We gaan niet ontkennen dat hacken bestaat, maar je moet al behoorlijk wat kaas gegeten hebben van informatica om hier echt goed in te zijn. Er zijn dus maar weinig mensen die dit effectief kunnen. Zo’n dreigementen zijn dan ook vaak niets meer dan bluf.
Anderzijds denken mensen soms dat er iemand ingebroken heeft in hun computer omdat deze plotseling vreemde dingen doet. Vaak ligt er eerder een virus aan de basis van deze problemen.

Als je weet wie de pest-smsjes stuurt, kan je naar de ouders van de pestkop stappen om te proberen een oplossing te zoeken. Vaak zitten daders en slachtoffers van cyberpesten ook bij elkaar in de klas of op school. Dan is het belangrijk dat je ook de school verwittigt, zo kunnen ook zij je helpen om het probleem aan te pakken.

Komen de sms'jes van hetzelfde nummer? Contacteer dan je gsm-operator (Proximus, Mobistar, Base,...) en vraag om het nummer te blokkeren. Zo zal je kind geen berichtjes of telefoontjes van de pestkop meer ontvangen. In ernstige gevallen kan je ook naar de lokale politie gaan.

Onderwijs (3)

Iedereen heeft een recht van afbeelding. Dat betekent dat je je toestemming moet geven alvorens iemand duidelijk herkenbare foto’s van jou mag publiceren of op het internet mag zetten. Bij kinderen die minderjarig zijn moeten in principe ouders hun toestemming geven. Dit geldt zeker voor persoonsgegevens als adressen.
Vele scholen of verenigingen fleuren vaak hun website op door foto’s te gebruiken, net als jongeren ervan houden om foto’s op hun blog te zetten. In principe moet je hier dus steeds toestemming voor vragen. Als de persoon in kwestie vraagt om de foto te verwijderen of om hem of haar onherkenbaar te maken, moet je dit dan ook onmiddellijk doen.

Het internet is een immense bron aan informatie waarop je werkelijk alles snel en gemakkelijk kan terugvinden. Het is dan ook logisch dat het onderwijs van deze technologische evolutie gebruik maakt en van kinderen vraagt om het internet te gebruiken bij het maken van huiswerk (vb. Smartschool). Als dit op een goede manier gebeurt en men bijvoorbeeld het gesprek aangaat rond bronverificatie maakt dit onderdeel uit van de internetopvoeding van kinderen.

De school heeft als taak om kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen zodat ze gewapend zijn om te functioneren in de maatschappij. Deze taak is heel breed en gaat zowel over theoretische dingen, als over rekenen en taal, maar ook bijvoorbeeld verkeersopvoeding waarin we kinderen leren zich op een veilige manier op straat te begeven. Aangezien vandaag ook het internet een onmiskenbaar onderdeel van onze maatschappij uitmaakt, is het een taak van de ouders zowel als de school om kinderen op te voeden tot een veilig en verantwoord internetgebruik.
In Vlaanderen zijn sinds het schooljaar 2007-2008 nieuwe ICT-eindtermen van kracht. Deze eindtermen focussen niet enkel op technische kennis maar ook op het veilig en verantwoord gebruik van Informatie- en CommunicatieTechnologieën.

- webdesign [isotoop] - disclaimer - user login  -